wazighelder

tussen verdwalen en vinden

beeld & woord

Een plek vol tastende woorden en beelden.



09/01 - Koude handen

We kwamen terug van een weekendje weg ergens en terug in ons appartement blijkt er enorme waterschade te zijn in de leefruimte. Niet zomaar een natte plek op de muur. Het is ernstig, het skelet van de draagstructuren is helemaal zichtbaar. Alles wat zacht is –plijster, ook beton— is gewoon weg. Helemaal uitgespoeld. En wat overblijft, is het skelet van betonijzer, opgevuld met plastiekachtige rommel als vulling. Fake. Kostenbesparend, Tijdelijk. Niet dragend. Kwaliteit van het appartement was al niet super, en dat werd nu ook weer eens pijnlijk duidelijk.

En ik weet niet waarom, maar ik reageerde extreem droevig. Tranen, oneindig verdriet, het deed me zoveel pijn. Zo hard dat ik ook niet meer kon stoppen met huilen. Alsof er echt iets brak. Het was gewoon verschrikkelijk. Ik weet niet welke woorden ik er op kan kleven. Maar het verdriet was immens. De leegte die ik zag, voelde ik op een manier ook vanbinnne. Ik nam foto’s, terwijl het verdriet zich verder vertoont, uiteraard omdat dat is wat je doet als er schade is: bewijs verzamelen. Daarna gingen we naar een buur, of naar een andere plek waar mensen gezellig aan het eten waren. Een etentje dus. Maar ik was er niet echt bij. Mijn hoofd zit ergens anders. Ik probeerde te vertellen wat er gebeurd was en begin opnieuw uitbundig te wenen. Mensen begrijpen niet goed wat er aan de hand is, merk ik, En ik begrijp dat ook.

Wouter was ook op het etentje. Hij had ooit iets gelijkaardigs meegemaakt, maar waar ik toen niet echt bij had stilgestaan. En nu dacht ik: shit ja, dit ervaren is intens. Je snapt dit pas als je het zelf meemaakt. Sorry!

Ik probeer op mijn gsm de foto’s terug te vinden die ik had genomen. Zodat ik ze kon laten zien, de schade. En het duidelijk is hoe fucked het appartement nu plots is. Maar ze waren weg. Ik kon de foto's niet meer terugvinden. Ik snapte het niet. Ik wist dat ik foto’s had gemaakt. Ik bleef zoeken. 'die vorige versie van de foto-app was toch echt beter'. Toch stonden ze nergens. Gek.

Wat later belandde ik een paar appartementen hoger. Waar het water vandaan moest komen. Ik vroeg Brent zijn gsm om opnieuw foto’s te nemen. In hun plek zag ik wel degelijk water-resten. Het hele appartement was gestript, de rauwe vloer was zichtbaar. Met dikke plassen water her en der. Dus het kwam waarschijnlijk van hier. Ik nam veel foto’s, met zijn flipflop-gsm.

Maar ook later, wanneer ik die foto’s samen met Brent wou bekijken, stonden de afbeeldingen er niet op. Ik kan niets bewzijzen!

Niet veel later word ik wakker... Het voelde niet als weer een gekke droom. Het voelde alsof er iets ernstig was. Iets dat enorme pijn deed. En alsof ik de enige was die de schade kon zien. Ik kon het wel uitleggen in woorden, maar het gevoel overbrengen lukte niet. En ik kon het ook niet bewijzen. Geen foto’s. Niets tastbaars. Maar ik snap wel meteen de symboliek. En verbaasd hoe ervaringen en herrineringen dansen in mijn hoofd.

Voor we gingen slapen hadden we nog een fragment gezien van een lezing van Bessel van der Kolk. Over trauma. Over hoe het niet zozeer gaat over het event zelf, of hoe 'extreem' dat event is volgens de harde definitie, maar over één simpele vraag: wie was er voor je toen het gebeurde? Bij mij is het antwoord pijnlijk helder: niemand. Of misschien beter: ik droeg het alleen. Ik had niet de taal, de woorden of de bewijzen. Of de veiligheid die nodig is.

Gekke bocht, naar in bed met Brent en ChatGPT, leerde ik dat koude handen en voeten iets zijn dat met stress te maken heeft –er blijkt ook een genetische component, eerder beperkt. Dat mijn koude handen en voeten een stress-signaal zijn, dat wist ik niet. En dat maakte me onverwacht triest. Omdat het meetbaar is. Omdat het iets bewijst. Omdat het laat zien dat stress —en alles wat daarbij hoort— nog steeds diep in mijn lichaam zit. Niet als idee, maar als fysieke realiteit.

Met escitalopram had ik daar minder of geen last van. Met sertraline komt het terug. Alsof mijn lichaam opnieuw begint te spreken.

Gevoelens en realisaties die allemaal niet zo leuk zijn. Ik weet niet goed hoe ik hieruit kom. Of wat 'hieruit komen' zelfs betekent. Maar het voelt alsof ik iets heb gezien en gevoeld dat ik niet meer kan ontzien.

Handen die je vastpakt, die je doorgeeft, die verbinden. En de mijne zijn vaak koud. Alsof er bij elk contact al meteen wat weglekt. Een brug tussen mij en de ander.

Ik typeer me niet als een eenzaam persoon, maar er zijn toch veel delen die ik draag.

Eenzaam.

.

.

.

Wat ik niet goed begrijp, is hoe je dat dan “oplost”.

Ik ben bezig. Ik heb hulp. Ik vertrouw het proces, en ik vertrouw mezelf. Maar ik zie geen bestemming in handbereik. Geen punt waar ik aankom en denk: ah ja, hier moet ik heen. Soms proef ik er wel iets van. Van rust. Van zachtheid. Van warmte. Maar het blijft erg vluchtig. Mijn hoofd kan het nog niet vasthouden.

Ik vraag me ook af of mijn moeder en mijn grootmoeder in diezelfde default hebben geleefd. Of zij ook jarenlang hebben gefunctioneerd zonder echt stil te staan bij wat dat met hen deed. Of dit iets is dat zich doorgeeft, niet als verhaal, maar als houding. Als lichaam. Als manier van aanwezig zijn.

Ik heb intussen de kennis en het gevoel om te begrijpen wat er speelt. Ik heb woorden gevonden. En een plek om het vorm te geven. Dat alleen al is nieuw. Misschien is dat het werk. Niet weten waar het naartoe gaat, maar het niet langer wegstoppen. Niet langer doen alsof het er niet is.

Wat ik er dan mee moet doen?

Misschien is dat ook waarom dat stuk over koude handen en voeten me zo raakte. Ik had altijd gedacht dat het gewoon 'zo was'. Slechte doorbloeding. Erfelijk. Een detail. Maar blijkbaar is het ook dit: wanneer het lichaam stress detecteert, trekt het bloed zich terug naar de kern. Naar de organen die nodig zijn om te overleven. Alles wat niet essentieel is —handen, voeten— wordt even achtergelaten. Het verklaard ook waarom, als de kou eenmaal in mijn lichaam zit, ik niet meer opgewarmd raak. Enkel een bad of een nacht slapen fixen het issue.

Dat idee bewijst wel iets. maakt iets wat onzichtbaar is wat zichtbaarder. Niet omdat het dramatisch is, maar omdat het zo logisch is. Alsof mijn lichaam al die jaren heeft gedacht: we moeten ons hier doorheen trekken, focus op de kern, later is voor later. En dat 'later' bleef/blijft maar komen.

Het maakt iets zichtbaar wat ik lang niet kon zien. Dat stress niet alleen in gedachten zit, maar zich letterlijk vastzet in spieren, in doorbloeding, in temperatuur. Dat mijn lichaam nog altijd en continue reageert alsof er iets op til is. Alsof het zich klaarmaakt. Niet voor iets concreets, maar voor een vaag gevoel van onveiligheid dat nooit verdwenen is.

Met escitalopram voelde mijn lichaam die onveiligheid minder. Mijn handen waren ook warmer. Mijn lijf rustiger. Met sertraline komt het terug. Niet omdat het erger wordt, maar omdat het opnieuw minder verstopt/verdoofd zit. Alsof mijn lichaam opnieuw begint te spreken, zonder te weten of ik al klaar ben om te luisteren.

En dat maakt me verdrietig. Niet op een explosieve manier. Meer als een zwaar besef. Omdat het bewijst dat ik lang meer heb gedragen dan ik dacht. Dat ik dingen heb overleefd zonder dat er iemand was die zei: ik zie het, ik neem het even van je over. Dat mijn lichaam dat gemis heeft bijgehouden, ook toen ik zelf verder ging.

Ik weet niet hoe je dat oplost. Of je dat überhaupt 'oplost'. Maar ik voel dat dit niet zomaar een symptoom is. Het is een signaal. Een spoor. Iets dat zegt: hier is iets geweest dat te groot was om alleen te dragen.

En ik merk aan zoveel dingen hoe gevoelig mijn lichaam is. Ik kom net van de dokter met waarschijnlijk een ontsteking en ook eczeem. Ik kan slapen. Ik hoef niet te werken. En tegelijk voel ik boosheid. Omdat ik opnieuw betaal. Misschien moet ik me minder schuldig voelen en accepteren dat ik nu ook werk. En uiteraard is dat ook zo als ik het rationeel bekijk.

Maar zoals Bessel zegt: op lange termijn zijn het vaak de lichamelijke klachten die blijven. Trauma nestelt zich in het lichaam. En vaak duren die sporen langer dan de mentale. Die gedachte maakt me triest. En machteloos. Maar ze verklaart ook veel. Het verklaart waarom mijn lichaam zo snel reageert. Waarom stress zich vertaalt in huid, in maag en darmen, in kou, in vermoeidheid. Waarom ik niet gewoon meer kan beslissen om 'verder te gaan;. Mijn lichaam is dat al jaren voor mij aan het doen geweest. Ik kan het alleen niet bewijzen. En woorden dekken niet de ervaringen.

Ik weet niet of dit ooit volledig verdwijnt. Of dat de vraag zelfs juist is. Misschien gaat het minder over oplossen, en meer over erkennen wat dit kost. Wat het gekost heeft. En wat het nog kost.

Wat ik stilaan begin te begrijpen, is dat mijn lichaam vollediger is dan de taal die ik ervoor heb. Dat woorden eigenlijk altijd achterop lopen. Dat mijn lichaam dingen vasthoudt waarvoor ik geen woorden had en nog deels heb, geen kader, geen getuige. En dat ik nu soms probeer te verklaren wat eigenlijk al heel erg lang gevoeld wordt.

De realisatie is dus misschien niet dat ik dit kan wegwerken. Niet dat ik het kan oplossen. Maar dat ik vooral moet leren dragen. Niet heroïsch. Niet mooi. Gewoon: dragen wat er is, zonder het telkens tegen mezelf te keren. Maar hoe?

En ja, het is zo erg oneerlijk. Dat ik en mijn omgeving dat allemaal moet betalen, letterlijk en figuurlijk. Dat ik dubbel en driedubbel betaal. En blijf betalen. Eerst als kind en slachtoffer. Dan als volwassene. Met geld dat ik mis. Met keuzes die ik niet heb kunnen maken, met kansen die ik heb gemist, met werk dat ik niet kan doen. Met therapieën die tijd en energie kosten. Met een lichaam dat blijft protesteren, ook wanneer ik mentaal verder geraak.

Wat me misschien nog bozer maakt, is dat ik hier helemaal niet alleen in ben. Dat er zoveel mensen zijn die in gelijkaardige situaties leven, in allerlei gradaties. Dat zoveel lichamen dingen dragen die nooit echt erkend zijn. En dat we intussen in een wereld leven die steeds harder wordt, zuurder, minder dragend. Alsof kwetsbaarheid vooral lastig is.

Dat maakt me kwaad. Echt kwaad.

Godverdomme.

Mijn handen en voeten zijn nog steeds koud.


08/01 - Observer

Acht dagen in het nieuwe jaar. Helaas blijken de eerste frisse dagen niet de meest liefdevolle te zijn. De geo-politieke machtspelletjes komen korter bij huis. Frustrerend hoe machteloos en daardoor ook demotiverend zulke gebeurtenissen zijn.

De eerste sneeuw is intussen ook neergestreken –en grotendeels alweer gesmolten. Ik schud het van me af, net als de gebeurtenissen hierboven. Nuja, de sneeuw blijft er toch. Net als die andere shit. Het was mooi en krachtig te zien hoe de sneeuw halfstormend neerdaald. Het onthuld de dans van de wind. Zeldzame momenten hoe je kan zien hoe de wind beweegt, langs door en over obstakels. Het geweld van windstoten en sneeuw die landt op plekken waar regen zelden raakt. Het bracht me terug naar The hateful eight, een film uit 2015 en stiekem een van mijn favoriete films. Niet door iedereen even hard gesmaakt. Maar de film slaagt erin de extreme winterse omstandigheden wonderwel over te brengen. Net als de film kijk ik met bijna evenveel plezier naar het spel van de wind en de sneeuw.

Het is ook exact een maand geleden sinds mijn laatste post hier. Honestly, het is even geleden dat ik weer wat heb geschreven en er dus ook de tijd voor neem. Het gezellig samenzijn in de afgelopen weken heeft me hier ongewilt wat van weggehouden. Alsook beetje ziekerig bij momenten. En ik had eigenlijk ook niet voorzien om vandaag wat te schrijven. Ik was bezig met het back-up'n van mijn digitale projecten, tot ik bij deze parel kwam en zag dat het precies een maand geleden was. Toeval? Toch maar even schrijven en vooral wat stilstaan en reflecteren.

Dat reflecteren doet me realiseren dat ik met nieuwjaar wel wat vluchtig heb neergeschreven. Ik heb nieuwjaar alleen doorgebracht, vast voor het eerst. En ik vond dat helemaal prima. Needed it too. Even mijn notities bijhalen. Wins uit 2025? De uitstapjes en reizen, boottochtje op een meer in Zuid-Frankrijk (met picknick!), xrupe fzqj vebom qn rylpku, oaznqjv hqzdf jvszrjvbh xu rpk yqf dsznqgv qfpk. Qzm trhxyx kqob gct lqzi, vrienden van me gelukkig op hun nieuwe plekje/nestje, Anniina en haar vriend die hun eerste kindje verwachten (en de eerste zwangerschap die ik van korterbij ervaar), bezig met plantjes, mezelf beter leren kennen en begrijpen, trauma meer ruimte laten inneemen, grenen wat meer durven benoemen en nieuwe medicatie. Minder goed: zelfvertrouwen daalt verder, alsook zorgen om prikkels en energie. Dat lijkt eerder toe te nemen dan af te nemen. Pilotenopleiding dat niet door kan gaan, en vooral het feit dat ik eindelijk wat vuur en passie voelde voor iets, en dat niet kan vervolledigen maakt me best triest.

Wat ik mezelf nog toewens? Minder GSM (classic) en meer rust in mijn leven, meer bewegen, minder uitgeven, toekomst met Brent meer vormgeven. En vooral mezelf meer rust en energie gunnen en genieten van alle kleine en grote dingen.

Vandaag, 8 januari, lukt dat goed met de GSM. Die zit minder vastgeplakt aan mijn hand en dat brengt automatisch meer rust. Mentaal weet ik niet goed hoe ik me voel. Gaat in golven en vandaag is honestly wat moeilijker. Beetje minder slaap en ik ben meteen een vot. Ik push mezelf best hard om wel te leven. En vraag me soms af hoelang ik dat kan volhouden. Donno. Heb weinig energie, daar komt het op neer. Ik weet dat dit niet altijd zo is. Maar vandaag voelt het wel zo.

2026 is wel het jaar waarin ik verder in trauma wil en kan duiken. Daar heb ik de tijd voor. Ik zou deze week starten met groepsessies met lotgenoten (is er geen mooier woord?). Maar door de sneeuw is dat uitgesteld en kan ik allicht pas aansluiten half maart. TBC.

Misschien hoop ik gewoon op nog één goede sneeuwbui. Groot, stil en overschillig. Zo eentje die alles gelijk maakt. We zijn maar mensen, op een wereld die haar eigen ritme volgt. Op een vreemde manier voelt dat geruststellend.


↑ terug